Mijn zus wordt 20 oktober alweer 63 jaar.
Om dit heuglijke feit te vieren zijn we o.a. naar museum De Welle in Enschede gegaan.
ff kijken of dit goed gaat...
maandag 19 oktober 2009
verslag Boendermakerdag 2009
Delft – plaats van Boendermakerdag 26 september 2009
(Simone van Velze)
Zoals gewoonlijk waren de deelnemers weer ruim op tijd aanwezig op het afgesproken punt en tijdstip van de alweer zevende Boendermakerdag.
Anneke en Ruud Roovers waren de belangrijkste organisatoren; zij hadden een programma samengesteld dat de 15 deelnemers - met zo nu en dan de broodnodige rustmomenten- van 10.30 tot na 20.00 uur actief heeft bezig gehouden.
Tussen 10.30 en 11.00 uur konden we in Delfts beste koffiehuis, het Stads-Koffyhuis, genieten van diverse soorten koffie en van gebak dat net uit de oven kwam.
Toen alles op was liepen we onder leiding van Anneke naar het Prinsenhof; hier hadden we een uur de tijd om alles te bekijken. We hebben de plek gezien waar de vader des vaderlands Willem van Oranje in 1584 in opdracht van de koning van Spanje werd vermoord en hebben de kogelgaten in de muur bekeken. Deze gaten worden nu bestudeerd door wetenschappers die precies willen bepalen waar Balthasar Gerards en Willem hebben gestaan en onder welke hoek de schoten zijn gelost.
Om half een werden wij verwacht in de Nonnerie, een restaurant dat gevestigd is in de gewelven van het Prinsenhof. De lunch was prima verzorgd.
Het toilet was een verhaal apart: de bril stond omhoog en was met de hand niet omlaag te krijgen. Samen met Tineke, die technisch begaafd is op toiletgebied, vonden we het juiste knopje waardoor de bril omlaag kwam. Deze bril was voorzien van een papierlaagje dat in het toilet verdween als je doorspoelde. Hier praten we nog jaren over natuurlijk, over dit 8e wereldwonder waarvan wij blij zijn dat wij dit niet gemist hebben!
Na de lunch werden we buiten opgewacht door een gids die ons 2 uur lang door het centrum van Delft leidde en ons veel over de historie van de stad heeft verteld.
In de Oude en de Nieuwe Kerk hebben we veel grafmonumenten, glas-in-loodramen en ook grafstenen van ‘rijke stinkerds’ gezien. Tot ca. 1828 werden diegenen die het konden betalen in de kerk begraven; vanaf dat jaar werd het verboden omdat de ontbindende lijken te veel stank veroorzaakten.
Anneke had voor voldoende achtergrondinformatie op papier gezorgd en samen met de boekjes die we in de Oude Kerk kregen kunnen we allemaal nog eens nalezen wat we zoal hebben gezien en gehoord.
Tussen 16.00 en 17.00 uur was een moment voor onszelf gepland, dat we gezamenlijk op een terras op de Markt hebben doorgebracht. Simon Szn. onthulde dat hij en Tiny precies vandaag 51 jaar getrouwd waren en trakteerde ons daarom op een drankje. In Delft wordt vast vaker gezongen, zodat niemand opkeek van het door ons aangeheven Lang zullen ze leven.
Tussen 17.00 en 18.00 uur hebben we een rondvaart gemaakt door de Delftse grachten. De boot lag vrij laag in het water; dat was geen overbodige luxe gezien de lage bruggen waar we onderdoor voeren. Tijdens de vaart werd stilgelegen bij het punt vanwaar Johannes Vermeer zijn schilderij Zicht op Delft heeft gemaakt. De torens zijn nog herkenbaar, maar verder is de omgeving behoorlijk veranderd.
Na de rondvaart werden we verwacht in de Stadswaag waar we voortreffelijk gedineerd hebben. Vooraf een koolsalade met charcuterie en vadouvan mayonaise; wie weet wat vadouvan mayonaise is mag het zeggen. Daarna konden we kiezen tussen eendenborst met mousseline van aardappel met jus van raz el hanout (wie??) of schelvis met saffraan mousseline en krab beurre blanc. Tot slot een overheerlijk toetje lemoncurd met gemarineerde rabarber en huisgedraaid yoghurt.
Het voorstel is om in 2010 de Boendermakerdag op zaterdag 25 september te houden in Sneek, Deventer of Utrecht. Heeft iemand een beter idee, mail dan naar simone1951@yahoo.co.uk
(Simone van Velze)
Zoals gewoonlijk waren de deelnemers weer ruim op tijd aanwezig op het afgesproken punt en tijdstip van de alweer zevende Boendermakerdag.
Anneke en Ruud Roovers waren de belangrijkste organisatoren; zij hadden een programma samengesteld dat de 15 deelnemers - met zo nu en dan de broodnodige rustmomenten- van 10.30 tot na 20.00 uur actief heeft bezig gehouden.
Tussen 10.30 en 11.00 uur konden we in Delfts beste koffiehuis, het Stads-Koffyhuis, genieten van diverse soorten koffie en van gebak dat net uit de oven kwam.
Toen alles op was liepen we onder leiding van Anneke naar het Prinsenhof; hier hadden we een uur de tijd om alles te bekijken. We hebben de plek gezien waar de vader des vaderlands Willem van Oranje in 1584 in opdracht van de koning van Spanje werd vermoord en hebben de kogelgaten in de muur bekeken. Deze gaten worden nu bestudeerd door wetenschappers die precies willen bepalen waar Balthasar Gerards en Willem hebben gestaan en onder welke hoek de schoten zijn gelost.
Om half een werden wij verwacht in de Nonnerie, een restaurant dat gevestigd is in de gewelven van het Prinsenhof. De lunch was prima verzorgd.
Het toilet was een verhaal apart: de bril stond omhoog en was met de hand niet omlaag te krijgen. Samen met Tineke, die technisch begaafd is op toiletgebied, vonden we het juiste knopje waardoor de bril omlaag kwam. Deze bril was voorzien van een papierlaagje dat in het toilet verdween als je doorspoelde. Hier praten we nog jaren over natuurlijk, over dit 8e wereldwonder waarvan wij blij zijn dat wij dit niet gemist hebben!
Na de lunch werden we buiten opgewacht door een gids die ons 2 uur lang door het centrum van Delft leidde en ons veel over de historie van de stad heeft verteld.
In de Oude en de Nieuwe Kerk hebben we veel grafmonumenten, glas-in-loodramen en ook grafstenen van ‘rijke stinkerds’ gezien. Tot ca. 1828 werden diegenen die het konden betalen in de kerk begraven; vanaf dat jaar werd het verboden omdat de ontbindende lijken te veel stank veroorzaakten.
Anneke had voor voldoende achtergrondinformatie op papier gezorgd en samen met de boekjes die we in de Oude Kerk kregen kunnen we allemaal nog eens nalezen wat we zoal hebben gezien en gehoord.
Tussen 16.00 en 17.00 uur was een moment voor onszelf gepland, dat we gezamenlijk op een terras op de Markt hebben doorgebracht. Simon Szn. onthulde dat hij en Tiny precies vandaag 51 jaar getrouwd waren en trakteerde ons daarom op een drankje. In Delft wordt vast vaker gezongen, zodat niemand opkeek van het door ons aangeheven Lang zullen ze leven.
Tussen 17.00 en 18.00 uur hebben we een rondvaart gemaakt door de Delftse grachten. De boot lag vrij laag in het water; dat was geen overbodige luxe gezien de lage bruggen waar we onderdoor voeren. Tijdens de vaart werd stilgelegen bij het punt vanwaar Johannes Vermeer zijn schilderij Zicht op Delft heeft gemaakt. De torens zijn nog herkenbaar, maar verder is de omgeving behoorlijk veranderd.
Na de rondvaart werden we verwacht in de Stadswaag waar we voortreffelijk gedineerd hebben. Vooraf een koolsalade met charcuterie en vadouvan mayonaise; wie weet wat vadouvan mayonaise is mag het zeggen. Daarna konden we kiezen tussen eendenborst met mousseline van aardappel met jus van raz el hanout (wie??) of schelvis met saffraan mousseline en krab beurre blanc. Tot slot een overheerlijk toetje lemoncurd met gemarineerde rabarber en huisgedraaid yoghurt.
Het voorstel is om in 2010 de Boendermakerdag op zaterdag 25 september te houden in Sneek, Deventer of Utrecht. Heeft iemand een beter idee, mail dan naar simone1951@yahoo.co.uk
zaterdag 27 juni 2009
een nieuw jongetje
Rietje en Kees kregen ook een kleinzoon: Jacco, broertje van Mariska. Foto wil niet goed lukken, op dit moment.
Boendermakerdag 2009
Aan de (potentiële) deelnemers van de Boendermakerdag 2009
Beste Cathy, Corien, Rietje, Cees, Evert, Ali, Gerlof, Wilma, Riet, Simon, Wil, Tineke, Simon, Tiny en Ria,
Zaterdag 26 september zien we elkaar op de zevende Boendermakerdag in Delft.
Om 11.00 uur verzamelen we ons in het Stads-Koffyhuis aan de Oude Delft 133, waar we tussen 10.15 en 11.15 van harte welkom zijn.
Ook dit jaar weer is Simon Hendrikszoon bereid als “Boendermakerbank” te fungeren. De kosten voor deze dag - € 55,-- per persoon – kun je storten op rekeningnummer XXXXXXXXXXX (opvragen bij Simone)ten name van S. Boendermaker Den Haag. VERMELD DUIDELIJK: BOENDERMAKERDAG 2009 en je naam.
Extra drankjes worden door Simon voorgeschoten en later verrekend.
Voor de goede orde nog eens het dagprogramma:
11.00 uur verzamelen in het Stads-Koffyhuis
11.30 – 12.30 bezoek Prinsenhof met aansluitend lunch in de Nonnerie
14.00 – 16.00 stadswandeling onder leiding van een bekwame gids
16.00 – 17.00 ‘even een moment voor jezelf’
17.00 – 18.00 rondvaart
18.30 uur diner in de Waag
In de eerste helft van september krijgt iedereen een informatiepakketje met folders waarin je kunt zien hoe je het beste bij het Stads-Koffyhuis kunt komen en een over de meest handige parkeermogelijkheid voor deze dag.
Verder krijg je een lijst met de namen en (e-mail)adressen van de deelnemers en ook wat broodnodige achtergrondinformatie over Delft.
We hopen dat jullie 26 september allemaal naar Delft kunnen komen!
Hartelijke groeten,
Anneke en Ruud Roovers-Schroot Simone van Velze-Boendermaker
anruro@casema.nl simone1951@yahoo.co.uk of s.vanvelze@bsfr.nl
Beste Cathy, Corien, Rietje, Cees, Evert, Ali, Gerlof, Wilma, Riet, Simon, Wil, Tineke, Simon, Tiny en Ria,
Zaterdag 26 september zien we elkaar op de zevende Boendermakerdag in Delft.
Om 11.00 uur verzamelen we ons in het Stads-Koffyhuis aan de Oude Delft 133, waar we tussen 10.15 en 11.15 van harte welkom zijn.
Ook dit jaar weer is Simon Hendrikszoon bereid als “Boendermakerbank” te fungeren. De kosten voor deze dag - € 55,-- per persoon – kun je storten op rekeningnummer XXXXXXXXXXX (opvragen bij Simone)ten name van S. Boendermaker Den Haag. VERMELD DUIDELIJK: BOENDERMAKERDAG 2009 en je naam.
Extra drankjes worden door Simon voorgeschoten en later verrekend.
Voor de goede orde nog eens het dagprogramma:
11.00 uur verzamelen in het Stads-Koffyhuis
11.30 – 12.30 bezoek Prinsenhof met aansluitend lunch in de Nonnerie
14.00 – 16.00 stadswandeling onder leiding van een bekwame gids
16.00 – 17.00 ‘even een moment voor jezelf’
17.00 – 18.00 rondvaart
18.30 uur diner in de Waag
In de eerste helft van september krijgt iedereen een informatiepakketje met folders waarin je kunt zien hoe je het beste bij het Stads-Koffyhuis kunt komen en een over de meest handige parkeermogelijkheid voor deze dag.
Verder krijg je een lijst met de namen en (e-mail)adressen van de deelnemers en ook wat broodnodige achtergrondinformatie over Delft.
We hopen dat jullie 26 september allemaal naar Delft kunnen komen!
Hartelijke groeten,
Anneke en Ruud Roovers-Schroot Simone van Velze-Boendermaker
anruro@casema.nl simone1951@yahoo.co.uk of s.vanvelze@bsfr.nl
zondag 21 juni 2009
dinsdag 5 mei 2009
Simon Boendermaker Azn. en studievrienden
Op deze foto Simon Boendermaker Azn.(1885-1956) uit den Helder begin 20e eeuw samen met studievrienden in Groningen. Zij waren daar om het manufacturiersvak te leren. Simon is degene die aan de rechterkant staat, leunend op het hekje. Of zij daar de theoretische opleiding volgden of dat zij er bij een van de grote zaken in de leer waren is niet meer te achterhalen.
zondag 12 april 2009
Kruidenierswinkeltje en timmermanswerkplaats
Mijn andere grootouders, Jan en Jannetje Ox-Kikkert, bewoonden vlak na hun huwelijk in 1910 dit hoekpand in de Helderse Van Galenstraat.
.jpg)
Jannetje dreef er een kruidenierswinkel en Jan had in een werkplaats achter de woning zijn timmermanswerkplaats.
Ten tijde van het maken van deze foto woonden zij in de Hertzogstraat; de familie Lydius van der Veen had een bloemenzaak in de voormalige kruidenierswinkel.
Jannetje dreef er een kruidenierswinkel en Jan had in een werkplaats achter de woning zijn timmermanswerkplaats.
Ten tijde van het maken van deze foto woonden zij in de Hertzogstraat; de familie Lydius van der Veen had een bloemenzaak in de voormalige kruidenierswinkel.
Spoorstraat Den Helder

Dit is een foto van de Helderse Spoorstraat in het prille begin van de 20e eeuw.
Het hoekpand rechts kwam in november 1919 in het bezit van mijn grootouders Simon en Sien Boendermaker-Wegman, die er een manufacturenzaak openden. Op de gevel is te lezen MAGAZIJN PRINSES JULIANA. Deze foto kan dus niet voor 30 april 1909 gemaakt zijn.
donderdag 9 april 2009
Vinden archieven m.b.t. genealogie
Als je in de linkerbalk in de Bronnenzoeker Archieven en Genealogie Nederland en België het woord "genealogie" intypt, dan krijg je een heleboel links met bronnen waarin je naar hartelust kunt zoeken naar genealogische gegevens en websites. Als je dat leuk vindt om te doen, tenminste.
Je kunt er elk woord intypen dat je wilt; de zoekmachine zoekt op dat woord met betrekking tot genealogie. Zou je in de "normale" zoekmachine Google zoeken, dan krijg je op hetzelfde zoekwoord heel andere treffers.
Je kunt er elk woord intypen dat je wilt; de zoekmachine zoekt op dat woord met betrekking tot genealogie. Zou je in de "normale" zoekmachine Google zoeken, dan krijg je op hetzelfde zoekwoord heel andere treffers.
Zwarte sokken

Foto gemaakt door Annemieke Langeraar. Klik op de afbeelding en lees wat er op het ruitje van de wasmachine staat!
dinsdag 7 april 2009
BOENDERMAKERDAG 2009 - DELFT
Ook dit jaar gaan Boendermakers weer samen op stap!
De zevende Boendermakerdag vindt dit jaar plaats op zaterdag 26 september en wel in Delft, de stad van (o.a.) Johannes Vermeer.
De organisatie is in handen van Anneke Roovers-Schroot.
Het programma ziet er als volgt uit:
• Ontvangst tussen 10.15 en 11.15 uur in het Stadskoffiehuis• Bezoek Prinsenhof van 11.30 tot 12.30 uur met aansluitend de lunch in de Nonnerie van het Prinsenhof
• Stadswandeling onder leiding van een gids van 14.00 tot 16.00 uur
• Tussen 16.00 en 17.00 uur op eigen gelegenheid rondkijken
• Van 17.00 tot 18.00 uur rondvaart
• Hierna is het diner in de Waag.

De kosten voor deze dag zijn € 55,-- per persoon.
Als je belangstelling hebt of wil je meer informatie, mail dan naar simone1951@yahoo.co.uk of stuur een briefje naar Simone van Velze-BM - Lepelaarstraat 60 - 8446 JM Heerenveen.
Aanmelden kan tot uiterlijk 30 mei 2009.
De zevende Boendermakerdag vindt dit jaar plaats op zaterdag 26 september en wel in Delft, de stad van (o.a.) Johannes Vermeer.
De organisatie is in handen van Anneke Roovers-Schroot.
Het programma ziet er als volgt uit:
• Ontvangst tussen 10.15 en 11.15 uur in het Stadskoffiehuis• Bezoek Prinsenhof van 11.30 tot 12.30 uur met aansluitend de lunch in de Nonnerie van het Prinsenhof
• Stadswandeling onder leiding van een gids van 14.00 tot 16.00 uur
• Tussen 16.00 en 17.00 uur op eigen gelegenheid rondkijken
• Van 17.00 tot 18.00 uur rondvaart
• Hierna is het diner in de Waag.

De kosten voor deze dag zijn € 55,-- per persoon.
Als je belangstelling hebt of wil je meer informatie, mail dan naar simone1951@yahoo.co.uk of stuur een briefje naar Simone van Velze-BM - Lepelaarstraat 60 - 8446 JM Heerenveen.
Aanmelden kan tot uiterlijk 30 mei 2009.
GRIJZE HAREN…
In diverse kranten die rond 6 maart 2009 verschenen stond een berichtje over grijze haren. Veel Boendermakers uit diverse Boendermakertakken zijn al op vrij jonge leeftijd grijs –later overgaand in wit- geworden. Een erfelijke kwestie, blijkbaar.
Nu schijnen Duitse wetenschappers het ‘raadsel’ van het grijs worden te hebben ontdekt. Onderzoek van de universiteit van Mainz heeft aangetoond dat waterstofperoxide (H202) indirect de vorming belet van voldoende melanine, de kleurstof van het haar. H202 ontstaat van nature bij de menselijke stofwisseling. Wordt de productie van melanine geblokkeerd, dan hoopt de H202 zich op en verdwijnt de kleur uit het haar.
Er is blijkbaar iets in onze stofwisseling dat van Boendermaker op Boendermaker wordt overgebracht dat onze haren kleurloos doet maken.
Het is maar dat we het weten.
Nu schijnen Duitse wetenschappers het ‘raadsel’ van het grijs worden te hebben ontdekt. Onderzoek van de universiteit van Mainz heeft aangetoond dat waterstofperoxide (H202) indirect de vorming belet van voldoende melanine, de kleurstof van het haar. H202 ontstaat van nature bij de menselijke stofwisseling. Wordt de productie van melanine geblokkeerd, dan hoopt de H202 zich op en verdwijnt de kleur uit het haar.
Er is blijkbaar iets in onze stofwisseling dat van Boendermaker op Boendermaker wordt overgebracht dat onze haren kleurloos doet maken.
Het is maar dat we het weten.
zaterdag 28 maart 2009
Johannes Regnerus Hachtingius, professor, zoon van Regnerus
Geboren in Leeuwarden 16 februari 1594, overleden Franeker 22 september 1630.
Johannes studeerde in Franeker en Groningen en bezocht hogescholen in Heidelberg, Bazel, Genève en Frankrijk. Johannes kreeg les van onder andere hoogleraar Grieks en geschiedenis Ubbo Emmius, Franciscus Gomarus (theoloog – zie ook het stuk over Regnerus) en Nicolaus Mulerius, arts-astronoom. Zelf gaf Johannes tijdens zijn studietijd privélessen theologie en Hebreeuws.
Als hij na zijn studiereis weer thuis komt in Friesland blijkt hij -zonder zijn medeweten- benoemd te zijn tot conrector van de Latijnse School in Leeuwarden.
Op 21 maart 1622 komt voor hem aan de Universiteit van Franeker de leerstoel Logica vrij. Hiermee verdient hij f 600,-- per jaar. Voor die tijd een behoorlijk bedrag, maar niet maximaal.
Johannes schrijft veel. Niet alleen disputen en oraties, maar ook gelegenheidsverzen in het Hebreeuws en Latijn komen uit zijn pen. Aan de hand van de Bijbel stelt hij een woordenboek samen van Hebreeuwse en Griekse woorden. Ook correspondeert hij veel met andere geleerden over allerlei onderwerpen.

Johannes trouwt drie keer. Scheepsrecht dus, net als zijn vader. Zijn eerste huwelijk is in 1621 met Geertje Simons van der Hall. Geertje overlijdt en Johannes hertrouwt in 1624 met Anke Conincx. Beide huwelijken blijven kinderloos. Op 12 augustus 1626 trouwt Johannes met Susanna Seleijns uit Amsterdam.
In 1629 komt Johannes ernstig ziek thuis van een reis naar Amsterdam. Niet zijn geestelijke maar wel zijn lichamelijke conditie neemt af en op 22 september 1630 overlijdt hij. Zijn vrouw Susanna is dan net zwanger van hun enige zoon Regnerus.
Regnerus Johanneszoon studeert theologie en wordt in 1654 dominee in Dronrijp en in 1657 in Leeuwarden.
In 1658 trouwt hij met Stijntje Tegnejus, dochter van zijn oom Tobias en tante Kinscke.
In het jaar waarin Regnerus lid van de Synode in Heerenveen wordt overlijdt hij op 20oktober 1665, ca. 35 jaar oud.
De oudste zoons van Regnerus en Stijntje zullen Regnerus en Tobias hebben geheten. In 1661 wordt zoon Fredericus geboren, die van 1684 tot 1692 dominee in Blija is en van 1692 tot 1716 in Stavoren.
Zoon Tobias Regnerus kan de vader geweest zijn van Regnerus Tobias, dominee van 1692 tot zijn dood in 1707 in Paessens. Deze Regnerus was nu en dan dronken. Op 4 juli 1701 is hem eenmalig officieel de toegang tot het avondmaal ontzegd vanwege verregaande dronkenschap.
Regnerus Tobias kreeg drie kinderen, Tobias, Kinscke en Dooytzen (Doede. Zij wonen op zeker moment in Stavoren.
Op 1 augustus komt Fredericus Hachtingius (~7/4-1661), broer van Regnerus Tobias, naar Stavoren, waar hij tot zijn overlijden in 1716 dominee is.
Mogelijk zijn de kinderen van Regnerus Tobias na het overlijden van hun vader in 1707bij hun oud-oom Fredericus Regnerus in Stavoren komen wonen?
Kinscke trouwt in 6 september 1733 in Stavoren met timmerman Meyne Greelts. Hun kinderen noemden zich Meinema of Mijninga.
Dooytzen trouwt met Pietertje de Boer uit Enkhuizen en krijgt vier kinderen: Regnerus, twee keer een Neeltje, en Sijmon. Over eventuele nakomelingen van Regnerus, Neeltje of Sijmon is niets bekend.
Tobias gaat naar Medemblik waar hij met Maartje Feijtes trouwt, stamvader wordt van Noordhollandse Hagtingiussen en voor-(schoon)vader van enkele Fransens en Boendermakers.
Johannes studeerde in Franeker en Groningen en bezocht hogescholen in Heidelberg, Bazel, Genève en Frankrijk. Johannes kreeg les van onder andere hoogleraar Grieks en geschiedenis Ubbo Emmius, Franciscus Gomarus (theoloog – zie ook het stuk over Regnerus) en Nicolaus Mulerius, arts-astronoom. Zelf gaf Johannes tijdens zijn studietijd privélessen theologie en Hebreeuws.
Als hij na zijn studiereis weer thuis komt in Friesland blijkt hij -zonder zijn medeweten- benoemd te zijn tot conrector van de Latijnse School in Leeuwarden.
Op 21 maart 1622 komt voor hem aan de Universiteit van Franeker de leerstoel Logica vrij. Hiermee verdient hij f 600,-- per jaar. Voor die tijd een behoorlijk bedrag, maar niet maximaal.
Johannes schrijft veel. Niet alleen disputen en oraties, maar ook gelegenheidsverzen in het Hebreeuws en Latijn komen uit zijn pen. Aan de hand van de Bijbel stelt hij een woordenboek samen van Hebreeuwse en Griekse woorden. Ook correspondeert hij veel met andere geleerden over allerlei onderwerpen.

Johannes trouwt drie keer. Scheepsrecht dus, net als zijn vader. Zijn eerste huwelijk is in 1621 met Geertje Simons van der Hall. Geertje overlijdt en Johannes hertrouwt in 1624 met Anke Conincx. Beide huwelijken blijven kinderloos. Op 12 augustus 1626 trouwt Johannes met Susanna Seleijns uit Amsterdam.
In 1629 komt Johannes ernstig ziek thuis van een reis naar Amsterdam. Niet zijn geestelijke maar wel zijn lichamelijke conditie neemt af en op 22 september 1630 overlijdt hij. Zijn vrouw Susanna is dan net zwanger van hun enige zoon Regnerus.
Regnerus Johanneszoon studeert theologie en wordt in 1654 dominee in Dronrijp en in 1657 in Leeuwarden.
In 1658 trouwt hij met Stijntje Tegnejus, dochter van zijn oom Tobias en tante Kinscke.
In het jaar waarin Regnerus lid van de Synode in Heerenveen wordt overlijdt hij op 20oktober 1665, ca. 35 jaar oud.
De oudste zoons van Regnerus en Stijntje zullen Regnerus en Tobias hebben geheten. In 1661 wordt zoon Fredericus geboren, die van 1684 tot 1692 dominee in Blija is en van 1692 tot 1716 in Stavoren.
Zoon Tobias Regnerus kan de vader geweest zijn van Regnerus Tobias, dominee van 1692 tot zijn dood in 1707 in Paessens. Deze Regnerus was nu en dan dronken. Op 4 juli 1701 is hem eenmalig officieel de toegang tot het avondmaal ontzegd vanwege verregaande dronkenschap.
Regnerus Tobias kreeg drie kinderen, Tobias, Kinscke en Dooytzen (Doede. Zij wonen op zeker moment in Stavoren.
Op 1 augustus komt Fredericus Hachtingius (~7/4-1661), broer van Regnerus Tobias, naar Stavoren, waar hij tot zijn overlijden in 1716 dominee is.
Mogelijk zijn de kinderen van Regnerus Tobias na het overlijden van hun vader in 1707bij hun oud-oom Fredericus Regnerus in Stavoren komen wonen?
Kinscke trouwt in 6 september 1733 in Stavoren met timmerman Meyne Greelts. Hun kinderen noemden zich Meinema of Mijninga.
Dooytzen trouwt met Pietertje de Boer uit Enkhuizen en krijgt vier kinderen: Regnerus, twee keer een Neeltje, en Sijmon. Over eventuele nakomelingen van Regnerus, Neeltje of Sijmon is niets bekend.
Tobias gaat naar Medemblik waar hij met Maartje Feijtes trouwt, stamvader wordt van Noordhollandse Hagtingiussen en voor-(schoon)vader van enkele Fransens en Boendermakers.
Regnerus'dochter Stijntje en Tobias Tegnejus
Stijntje, dochter van Regnerus en Anna van Gellingen, trouwt in 1618 met Tobias Tegnejus uit Warns. Of Stijntje en Tobias kinderen krijgen is niet bekend. Na het overlijden van Stijntje hertrouwt Tobias op 2 oktober 1633 met Kinscke (Kinskien) Hermannus Colde, zus van Arnoldus' vrouw Lucia.
Op 9 september 1636 wordt Regnerus Colde gedoopt.
Er is ook een dochter die met haar neef Regnerus, de zoon van Stijntjes broer Johannes trouwt. Hierover straks bij Johannes meer.
Tobias Tegnejus wordt op 30 april 1611 onder de naam Tobias Franciscii op de Franeker hogeschool ingeschreven op vertoon van goede getuigschriften met betrekking tot zowel zijn leer als wandel, gegeven door zijn school en de kerk te Bremen. Op 13 juni 1617 wordt hij beroepen naar Warns en in oktober 1618 gaat hij naar Sneek.
In 1628 krijgt hij een beroep naar Den Haag.
Dat was een hele toestand (om met Piet Hagtingius -Broekerhaven 1910-Amsterdam 1992- te spreken) : Tobias was namelijk een alumnus van Leeuwarden en men liet hem niet zomaar gaan: Leeuwarden had zijn opleiding betaald en wilde hem niet afstaan; zonde van het in Tobias geïnvesteerde geld...! Het vertrek van Tobias werd tot in de Staten uitgevochten: was het een kerkelijke kwestie of was het nu een bestuurlijke kwestie geworden?
Uiteindelijk kon hij in 1642 met zijn gezin naar de Hofstad vertrekken, waar hij op 11 december 1663 emeritus werd. Zijn opvolger was Simon Simonides, geboren 1629 in De Rijp (“'t Roipie”, Noord-Holland)
Op 15 januari 1651 krijgt Tobias nog een belangrijke taak toebedeeld: de doop van stadhouder Willem III.
Eind oktober 1650 komt stadhouder Willem II ziek thuis van een reis naar Gelderland. Enkele dagen na zijn thuiskomst overlijdt hij. Zijn zoon en opvolger -ook een Willem- was een paar dagen zijn vaders dood geboren. Verdriet en vreugde in Den Haag binnen een paar dagen.
Op 15 januari 1651 was de Haagse Grote Kerk stampvol en ook buiten stonden veel belangstellenden. De rede die Tobias bij de doop uitsprak is nog wel aanwezig in Nederlandse bibliotheken, maar wordt niet uitgeleend. Is wel ter inzage.
Tobias gaf een uitleg van Marcus 10 : 14, kort gezegd: laat de kinderkens tot mij komen.
Op 10 november 1658 wordt Tobias samen met andere Haagse predikanten voor een maaltijd uitgenodigd ten huize van Jacob Cats.

Jacob Cats dichtte:
Hier dient nu bij gevoeght wat mij is wedervaren,
totdat mijn tijt begon de twee en tachtigh jaren:
maer eer het jaer verliep, soo had ick yet bedocht
dat even metter daet by my is uytgewrocht.
De herders van de kerck, hier in den Haegh geseten,
die badt ick altermael by my te komen eten;
sy deden myn versoeck, en quamen al gelijck,
en sagen met vermaeck dit sandigh koninckrijck.
Elke predikant kreeg van Cats een mooi geslepen drinkglas en een zilveren zoutvat. De klerk die hen deze kleinoden overhandigde las het volgende gedicht voor:
Het eerste deel van dit present
past juyst op hem die u het sent;
dies is 't geschenk gelijck als hij,
want 't glas is noyt van breken vrij.
Maar wat belanght het tweede deel,
dat acht ick als een dier juweel;
want 't is een woonhuys van het sout,
dat alle dingh in wesen houdt.
(Kerkelijk 's Gravenhage in vroeger eeuw / E.J.W. Posthumus Meyes. - 1918)
Tobias overlijdt 13 april 1668 in Den Haag.
Op 9 september 1636 wordt Regnerus Colde gedoopt.
Er is ook een dochter die met haar neef Regnerus, de zoon van Stijntjes broer Johannes trouwt. Hierover straks bij Johannes meer.
Tobias Tegnejus wordt op 30 april 1611 onder de naam Tobias Franciscii op de Franeker hogeschool ingeschreven op vertoon van goede getuigschriften met betrekking tot zowel zijn leer als wandel, gegeven door zijn school en de kerk te Bremen. Op 13 juni 1617 wordt hij beroepen naar Warns en in oktober 1618 gaat hij naar Sneek.
In 1628 krijgt hij een beroep naar Den Haag.
Dat was een hele toestand (om met Piet Hagtingius -Broekerhaven 1910-Amsterdam 1992- te spreken) : Tobias was namelijk een alumnus van Leeuwarden en men liet hem niet zomaar gaan: Leeuwarden had zijn opleiding betaald en wilde hem niet afstaan; zonde van het in Tobias geïnvesteerde geld...! Het vertrek van Tobias werd tot in de Staten uitgevochten: was het een kerkelijke kwestie of was het nu een bestuurlijke kwestie geworden?
Uiteindelijk kon hij in 1642 met zijn gezin naar de Hofstad vertrekken, waar hij op 11 december 1663 emeritus werd. Zijn opvolger was Simon Simonides, geboren 1629 in De Rijp (“'t Roipie”, Noord-Holland)
Op 15 januari 1651 krijgt Tobias nog een belangrijke taak toebedeeld: de doop van stadhouder Willem III.
Eind oktober 1650 komt stadhouder Willem II ziek thuis van een reis naar Gelderland. Enkele dagen na zijn thuiskomst overlijdt hij. Zijn zoon en opvolger -ook een Willem- was een paar dagen zijn vaders dood geboren. Verdriet en vreugde in Den Haag binnen een paar dagen.
Op 15 januari 1651 was de Haagse Grote Kerk stampvol en ook buiten stonden veel belangstellenden. De rede die Tobias bij de doop uitsprak is nog wel aanwezig in Nederlandse bibliotheken, maar wordt niet uitgeleend. Is wel ter inzage.
Tobias gaf een uitleg van Marcus 10 : 14, kort gezegd: laat de kinderkens tot mij komen.
Op 10 november 1658 wordt Tobias samen met andere Haagse predikanten voor een maaltijd uitgenodigd ten huize van Jacob Cats.

Jacob Cats dichtte:
Hier dient nu bij gevoeght wat mij is wedervaren,
totdat mijn tijt begon de twee en tachtigh jaren:
maer eer het jaer verliep, soo had ick yet bedocht
dat even metter daet by my is uytgewrocht.
De herders van de kerck, hier in den Haegh geseten,
die badt ick altermael by my te komen eten;
sy deden myn versoeck, en quamen al gelijck,
en sagen met vermaeck dit sandigh koninckrijck.
Elke predikant kreeg van Cats een mooi geslepen drinkglas en een zilveren zoutvat. De klerk die hen deze kleinoden overhandigde las het volgende gedicht voor:
Het eerste deel van dit present
past juyst op hem die u het sent;
dies is 't geschenk gelijck als hij,
want 't glas is noyt van breken vrij.
Maar wat belanght het tweede deel,
dat acht ick als een dier juweel;
want 't is een woonhuys van het sout,
dat alle dingh in wesen houdt.
(Kerkelijk 's Gravenhage in vroeger eeuw / E.J.W. Posthumus Meyes. - 1918)
Tobias overlijdt 13 april 1668 in Den Haag.
Regnerus' zoon Arnoldus
Deze zoon van Regnerus en Anna van Gellingen wordt in navolging van zijn vader ook dominee. Hij is predikant in Garijp , Suameer, Eernewoude en Tzummarum / Firdgum.
Op 2 maart 1623 trouwt hij met de weduwe van Melis Jochums, Lucia Colde.
Lucia is een dochter van Regnerus' Leeuwarder collega-dominee Hermanus Colde en diens tweede vrouw Anna Dirks.
De eerste vrouw van Hermanus Colde was Klaaske Ruardi Feites, dochter van Feico Ruardi.
Arnoldus en Lucia krijgen een aantal kinderen, waaronder zoon Harmanus, die predikant wordt in Tzummarum en in 1678 in Dokkum. In 1670 trouwt Harmanus met Vroukien Warnerts (een dochter van Johannes Wernerus / Warneri?) - met wie hij in 1674 zoon Arnoldus krijgt.
Dochter Stijntje trouwt in 1652 met Tarquinus (Tjerk) Munckhuys. Na het overlijden van Tjerk hertrouwt Stijntje met Nicolaus Hachtingius, arts te Dokkum. Van wie Nicolaus een zoon is weet ik (nog) niet.
Antje trouwt in 1630 met Phocaeus Joachimus (in gewoon Nederlands: Fokke Jochems) Stellingwerff, dominee in Workum en Bolsward. Na het overlijden van Fokke hertrouwt Antje met Pierius Vermees. Pierius is een zoon van Cornelius Vermees, secretaris van Westdongeradeel. Zelf is hij advocaat.
Deze tak is een familie met een wapen. Dat van Antje is een (halve) adelaar in goud, rechtsboven een haas omringd door 3 klavers en rechtsonder 4 golvende lijnen. Ook van haar zoon Joachimus (1657-1703) Stellingwerff, dominee in Reisum, Ginnum en Lichtaard, is een wapen bekend.
Antjes dochter Trijntje Vermees trouwt met Pike Nijenhuis, burgemeester van Dokkum.
Er is ook een dochter Catharina. In 1670 wordt een boedelscheiding gemaakt tussen de erfgenamen van “dominee Arnoldus Hachtingius”, Antie, Harmannus en Catharina.
Arnoldus overlijdt in 1657 in Dokkum.
Op 2 maart 1623 trouwt hij met de weduwe van Melis Jochums, Lucia Colde.
Lucia is een dochter van Regnerus' Leeuwarder collega-dominee Hermanus Colde en diens tweede vrouw Anna Dirks.
De eerste vrouw van Hermanus Colde was Klaaske Ruardi Feites, dochter van Feico Ruardi.
Arnoldus en Lucia krijgen een aantal kinderen, waaronder zoon Harmanus, die predikant wordt in Tzummarum en in 1678 in Dokkum. In 1670 trouwt Harmanus met Vroukien Warnerts (een dochter van Johannes Wernerus / Warneri?) - met wie hij in 1674 zoon Arnoldus krijgt.
Dochter Stijntje trouwt in 1652 met Tarquinus (Tjerk) Munckhuys. Na het overlijden van Tjerk hertrouwt Stijntje met Nicolaus Hachtingius, arts te Dokkum. Van wie Nicolaus een zoon is weet ik (nog) niet.
Antje trouwt in 1630 met Phocaeus Joachimus (in gewoon Nederlands: Fokke Jochems) Stellingwerff, dominee in Workum en Bolsward. Na het overlijden van Fokke hertrouwt Antje met Pierius Vermees. Pierius is een zoon van Cornelius Vermees, secretaris van Westdongeradeel. Zelf is hij advocaat.
Deze tak is een familie met een wapen. Dat van Antje is een (halve) adelaar in goud, rechtsboven een haas omringd door 3 klavers en rechtsonder 4 golvende lijnen. Ook van haar zoon Joachimus (1657-1703) Stellingwerff, dominee in Reisum, Ginnum en Lichtaard, is een wapen bekend.
Antjes dochter Trijntje Vermees trouwt met Pike Nijenhuis, burgemeester van Dokkum.
Er is ook een dochter Catharina. In 1670 wordt een boedelscheiding gemaakt tussen de erfgenamen van “dominee Arnoldus Hachtingius”, Antie, Harmannus en Catharina.
Arnoldus overlijdt in 1657 in Dokkum.
Van monnik tot dominee in de 16e eeuw
Waarom hier een stukje over Regnerus Hagtingius? Wel, een van zijn nazaten, Tobias, trouwde in de 19e eeuw in Medemblik met een Boendermaker.
Toen ik trouwde, bleek mijn echtgenoot een oom met de achternaam Hagtingius te hebben. Daarom ben ik op zoek gegaan naar deze familie.
Van Regnerus tot Tobias
Rond 1700 wordt Tobias Regnerus, stamvader van Noordhollandse Hagtingiussen, in het noordfriese Paessens geboren.
Zijn vader was Regnerus Tobias Hachtingius, van 1692 tot zijn overlijden in 1607 dominee in dit dorp. De naam van Tobias' moeder is niet bekend.
Tobias en Regnerus waren lid van een familie die veel dominees heeft voortgebracht.
De familiestamboom begint met de Cisterciënzer monnik Regnerus...
Stamvader Regnerus
Tot 1567 is Reiner Johannesz Hachting monnik in het Cisterciënzer klooster Klaarkamp*) in Rinsumageest, een plaats vlak bij Dokkum. In die tijd was een opleiding tot priester een vrij kostbare zaak die meestal alleen voor de rijkeren was weggelegd.
Reiners vervult in het klooster de functie van vicaris.
.jpg)
Klooster Klaarkamp
In de late Middeleeuwen is een vicaris een priester die een vicariaat beheert. Een vicariaat -vicarie- is een stichting die is ingesteld om een priester (vicaris) voldoende inkomen te verschaffen om hem op geregelde tijden missen voor het zielenheil van de stichter (fundator) en zijn familieleden op te dragen.
Meestal behoorde de vicaris tot de familie van de stichter. Bij de stichting deed de fundator afstand van zijn eigendomsrechten op bepaalde goederen of renten, die dan vervolgens werden opgedragen aan de patroonheilige van het altaar waaraan de vicaris zijn missen opdroeg. (Genealogie 8(2002), p. 8 – 11).
Een vicaris kan ook een vervanger zijn van de pastoor; hij is dan een “onderpastoor” , met een eigen pastorie en een eigen stuk land . De inkomsten van dit land vormen het inkomen van in dit geval de vicaris. (De historie gaat door het eigen dorp / A. Algra. - 1960).
Op 31 oktober 1517 bevestigt Maarten Luther -de eerste 16e-eeuwse kerkhervormer- volgens de overlevering zijn 95 stellingen tegen de rooms-katholieke leer aan de deur van het slot in Wittenberg; het begin van een nieuwe leer, het protestantisme.
Regnerus is dan wel rooms-katholiek en monnik, maar evenals veel van zijn geloofsgenoten is hij de nieuwe leer toegedaan. In 1567 ontvlucht hij zijn klooster en gaat naar Oost-Friesland, in die tijd hét bolwerk van het protestantisme in de noordelijke Nederlanden.
Na de aansluiting bij de Unie van Utrecht (november 1576) verklaren de Friese Staten de gereformeerde religie tot de enige in het gewest. In elk dorp moet voortaan een predikant van “de ware christelijke gereformeerde religie” staan, bijgestaan door een dito schoolmeester. In 1580 worden alle (Friese) kloosters en parochies opgeheven en katholieke bezittingen geconfisqueerd. Priesters, monniken en nonnen krijgen, voor zover zij niet overgingen tot de “nieuwe leer”, een levenslange ondersteuning (pensie).(De historie gaat door het eigen dorp / A. .Algra. - 1960).
Op de lijst van personen die Pensie ontvingen staat ook de naam van Albertus Haeckingius, gewezen conventueel van Gerkesklooster (Pensiën / Anny Bokkinga. - Heerenveen1996). Een conventuaal is een lid van de orde van de zwarte Franciscanen, een van de drie Franciscaanse ordes.
Waarom vlucht Reiner en vertrekt hij niet gewoon? Wel, 1567 is het jaar waarin landvoogd Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva, in de Nederlanden (Brussel) komt en de “jacht” op ketters (protestanten) opent. Als protestant ben je je leven niet zeker, vooral niet in de beginperiode van de Tachtigjarige Oorlog, de tijd van de Spaanse overheersing over de Nederlanden.
Reiner, die nog vrij jong is, komt onder voogdij van zijn oom Arnold.
Hij wordt in 1585 student in Heidelberg waar hij in 1589 afstudeert tot Doctor in de filosofie. Zijn naam heeft hij veranderd in Regenerus Hachtingius.
De gewoonte om de familienaam of bijnaam te verlatiniseren is een typisch Renaissanceverschijnsel, dat in de 15e eeuw onder Italiaanse humanisten is ontstaan. Duitse en Nederlandse geleerden die Italië bezochten hebben het overgenomen en ten noorden van de Alpen verder uitgebreid. Het klassiek opsieren van de naam was vooral populair onder protestantse theologen. (Onze Taal, 54(1985), afl. 7/8).
In 1590 wordt Regnerus Meester in de vrije kunsten (retorica, dialectica en grammatica, ofwel overtuigen, onderzoeken en schrijven)
Op 23 juni 1591 wordt hij geëxamineerd (een soort sollicitatiegesprek in dit geval, lijkt me) door de classis (coetus) van Greetsyl in Oost-Friesland, waarna hij wordt goedbevonden om predikant te worden in de kerk bij het nabij gelegen klooster Aland, iets ten noorden van Canhusen.
In 1593 wordt Regnerus beroepen naar Leeuwarden, waar hij de derde vaste predikant wordt. Zijn collega-predikanten zijn onder andere Johannes Bogerman en Hermanus Kolde (of Colde), allen even streng in de leer.
In de tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 -1621) gevoerde strijd tussen Arminius (is in navolging van de humanist Coornhert niet overtuigd van de calvinistische predestinatieleer) en Gomarus (God heeft vastgelegd wie is uitverkoren en wie niet) kiezen deze drie de zijde van Gomarus. Volgens Arminiaanse bronnen waren Johannes, Regnerus en Hermanus hierdoor in de periode 1515 / 1516 niet zo populair bij de Leeuwarder bevolking. (Mensen in en rond de Grote Kerk / J. Kalma)
Herman Colde is evenals Regnerus Hachtingius een priester die tot het protestantisme is overgegaan. In 1585 is hij samen met Feico Ruardi (ooit priester in Oosthem) dominee in Oldersum. Op 12 augustus 1598 krijgen beiden samen met Johannes Wernerus (Joachim Warneri) van Graaf Lodewijk van Nassau opdracht om een nieuwe kerkorde voor Drente te ontwerpen.
Regnerus trouwt in Leeuwarden met Antje Jans van Gellingen / Gelingen. In februari 1594 wordt hun oudste zoon Johannes geboren. De tweede zoon zal Arnoldus zijn geweest, genoemd naar de oom en voogd van Regnerus. Arnoldus trouwt in 1632 met Lucia, een dochter van Regnerus' collega Colde.
Zoon Freerick wordt 23 september 1604 gedoopt.
Er is ook een dochter, Stijntje, die in 1618 met Tobias Tegnejus trouwt.
Na het overlijden van Antje hertrouwt Regnerus 20 december 1612 met Sophia (Fhyke) Laurens.
Als Fhyke is overleden hertrouwt Regnerus op 17 oktober 1619 met Anna Cornelisdochter, weduwe van Francois de Swart, klerk van Gedeputeerde Staten, eerder weduwe van ... (ben ik even kwijt).
Het is waarschijnlijk dat Regnerus naast de hier genoemde nazaten meer kinderen heeft gekregen. Voor zover deze zelf geen dominee zijn geworden of met een dominee zijn getrouwd, is er (nog) niets over terug te vinden.
Tot zijn overlijden in 1626 is Regnerus predikant in Leeuwarden.
Toen ik trouwde, bleek mijn echtgenoot een oom met de achternaam Hagtingius te hebben. Daarom ben ik op zoek gegaan naar deze familie.
Van Regnerus tot Tobias
Rond 1700 wordt Tobias Regnerus, stamvader van Noordhollandse Hagtingiussen, in het noordfriese Paessens geboren.
Zijn vader was Regnerus Tobias Hachtingius, van 1692 tot zijn overlijden in 1607 dominee in dit dorp. De naam van Tobias' moeder is niet bekend.
Tobias en Regnerus waren lid van een familie die veel dominees heeft voortgebracht.
De familiestamboom begint met de Cisterciënzer monnik Regnerus...
Stamvader Regnerus
Tot 1567 is Reiner Johannesz Hachting monnik in het Cisterciënzer klooster Klaarkamp*) in Rinsumageest, een plaats vlak bij Dokkum. In die tijd was een opleiding tot priester een vrij kostbare zaak die meestal alleen voor de rijkeren was weggelegd.
Reiners vervult in het klooster de functie van vicaris.
.jpg)
Klooster Klaarkamp
In de late Middeleeuwen is een vicaris een priester die een vicariaat beheert. Een vicariaat -vicarie- is een stichting die is ingesteld om een priester (vicaris) voldoende inkomen te verschaffen om hem op geregelde tijden missen voor het zielenheil van de stichter (fundator) en zijn familieleden op te dragen.
Meestal behoorde de vicaris tot de familie van de stichter. Bij de stichting deed de fundator afstand van zijn eigendomsrechten op bepaalde goederen of renten, die dan vervolgens werden opgedragen aan de patroonheilige van het altaar waaraan de vicaris zijn missen opdroeg. (Genealogie 8(2002), p. 8 – 11).
Een vicaris kan ook een vervanger zijn van de pastoor; hij is dan een “onderpastoor” , met een eigen pastorie en een eigen stuk land . De inkomsten van dit land vormen het inkomen van in dit geval de vicaris. (De historie gaat door het eigen dorp / A. Algra. - 1960).
Op 31 oktober 1517 bevestigt Maarten Luther -de eerste 16e-eeuwse kerkhervormer- volgens de overlevering zijn 95 stellingen tegen de rooms-katholieke leer aan de deur van het slot in Wittenberg; het begin van een nieuwe leer, het protestantisme.
Regnerus is dan wel rooms-katholiek en monnik, maar evenals veel van zijn geloofsgenoten is hij de nieuwe leer toegedaan. In 1567 ontvlucht hij zijn klooster en gaat naar Oost-Friesland, in die tijd hét bolwerk van het protestantisme in de noordelijke Nederlanden.
Na de aansluiting bij de Unie van Utrecht (november 1576) verklaren de Friese Staten de gereformeerde religie tot de enige in het gewest. In elk dorp moet voortaan een predikant van “de ware christelijke gereformeerde religie” staan, bijgestaan door een dito schoolmeester. In 1580 worden alle (Friese) kloosters en parochies opgeheven en katholieke bezittingen geconfisqueerd. Priesters, monniken en nonnen krijgen, voor zover zij niet overgingen tot de “nieuwe leer”, een levenslange ondersteuning (pensie).(De historie gaat door het eigen dorp / A. .Algra. - 1960).
Op de lijst van personen die Pensie ontvingen staat ook de naam van Albertus Haeckingius, gewezen conventueel van Gerkesklooster (Pensiën / Anny Bokkinga. - Heerenveen1996). Een conventuaal is een lid van de orde van de zwarte Franciscanen, een van de drie Franciscaanse ordes.
Waarom vlucht Reiner en vertrekt hij niet gewoon? Wel, 1567 is het jaar waarin landvoogd Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva, in de Nederlanden (Brussel) komt en de “jacht” op ketters (protestanten) opent. Als protestant ben je je leven niet zeker, vooral niet in de beginperiode van de Tachtigjarige Oorlog, de tijd van de Spaanse overheersing over de Nederlanden.
Reiner, die nog vrij jong is, komt onder voogdij van zijn oom Arnold.
Hij wordt in 1585 student in Heidelberg waar hij in 1589 afstudeert tot Doctor in de filosofie. Zijn naam heeft hij veranderd in Regenerus Hachtingius.
De gewoonte om de familienaam of bijnaam te verlatiniseren is een typisch Renaissanceverschijnsel, dat in de 15e eeuw onder Italiaanse humanisten is ontstaan. Duitse en Nederlandse geleerden die Italië bezochten hebben het overgenomen en ten noorden van de Alpen verder uitgebreid. Het klassiek opsieren van de naam was vooral populair onder protestantse theologen. (Onze Taal, 54(1985), afl. 7/8).
In 1590 wordt Regnerus Meester in de vrije kunsten (retorica, dialectica en grammatica, ofwel overtuigen, onderzoeken en schrijven)
Op 23 juni 1591 wordt hij geëxamineerd (een soort sollicitatiegesprek in dit geval, lijkt me) door de classis (coetus) van Greetsyl in Oost-Friesland, waarna hij wordt goedbevonden om predikant te worden in de kerk bij het nabij gelegen klooster Aland, iets ten noorden van Canhusen.
In 1593 wordt Regnerus beroepen naar Leeuwarden, waar hij de derde vaste predikant wordt. Zijn collega-predikanten zijn onder andere Johannes Bogerman en Hermanus Kolde (of Colde), allen even streng in de leer.
In de tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609 -1621) gevoerde strijd tussen Arminius (is in navolging van de humanist Coornhert niet overtuigd van de calvinistische predestinatieleer) en Gomarus (God heeft vastgelegd wie is uitverkoren en wie niet) kiezen deze drie de zijde van Gomarus. Volgens Arminiaanse bronnen waren Johannes, Regnerus en Hermanus hierdoor in de periode 1515 / 1516 niet zo populair bij de Leeuwarder bevolking. (Mensen in en rond de Grote Kerk / J. Kalma)
Herman Colde is evenals Regnerus Hachtingius een priester die tot het protestantisme is overgegaan. In 1585 is hij samen met Feico Ruardi (ooit priester in Oosthem) dominee in Oldersum. Op 12 augustus 1598 krijgen beiden samen met Johannes Wernerus (Joachim Warneri) van Graaf Lodewijk van Nassau opdracht om een nieuwe kerkorde voor Drente te ontwerpen.
Regnerus trouwt in Leeuwarden met Antje Jans van Gellingen / Gelingen. In februari 1594 wordt hun oudste zoon Johannes geboren. De tweede zoon zal Arnoldus zijn geweest, genoemd naar de oom en voogd van Regnerus. Arnoldus trouwt in 1632 met Lucia, een dochter van Regnerus' collega Colde.
Zoon Freerick wordt 23 september 1604 gedoopt.
Er is ook een dochter, Stijntje, die in 1618 met Tobias Tegnejus trouwt.
Na het overlijden van Antje hertrouwt Regnerus 20 december 1612 met Sophia (Fhyke) Laurens.
Als Fhyke is overleden hertrouwt Regnerus op 17 oktober 1619 met Anna Cornelisdochter, weduwe van Francois de Swart, klerk van Gedeputeerde Staten, eerder weduwe van ... (ben ik even kwijt).
Het is waarschijnlijk dat Regnerus naast de hier genoemde nazaten meer kinderen heeft gekregen. Voor zover deze zelf geen dominee zijn geworden of met een dominee zijn getrouwd, is er (nog) niets over terug te vinden.
Tot zijn overlijden in 1626 is Regnerus predikant in Leeuwarden.
vrijdag 27 maart 2009
Jan Arentsz
In het verhaal van IJsbrant uit Alkmaar komt ene Jan Arends (Arentsz) voor, mandenmaker.
Op de blog van scholengemeenschap Jan Arentsz in Alkmaar heb ik informatie over hem gevonden:
In Alkmaar en omgeving was Jan Arentsz 4 eeuwen geleden een bekende en geliefde figuur. Oorspronkelijk was hij een eenvoudige manden maker,maar hij was ook een beroemde verteller. Gegrepen door de ideeën van de Reformatie -hem bijgebracht door de Alkmaarse pastoor Cornelis Cooltuin- ontwikkelde Jan zich tot een van de eerste hagepredikers.
Het nieuwe in de leer van Jan Arentsz was dat hij de zoon van God als middelpunt van de bijbel beschouwde.
In 1566 organiseerde hij in het open veld (tussen de hagen) bijeenkomsten waar de mensen van heinde en verre naar toe kwamen. Met de komst van Alva begonnen de godsdienstvervolgingen en moest Arentsz vluchten.
Jan Arentsz overleed op 28 augustus 1573, vlak voor de overwinning van de Alkmaarders op de Spanjaarden op 8 oktober van dat jaar: "In Alkmaar begint de Victorie!".
Op de blog van scholengemeenschap Jan Arentsz in Alkmaar heb ik informatie over hem gevonden:
In Alkmaar en omgeving was Jan Arentsz 4 eeuwen geleden een bekende en geliefde figuur. Oorspronkelijk was hij een eenvoudige manden maker,maar hij was ook een beroemde verteller. Gegrepen door de ideeën van de Reformatie -hem bijgebracht door de Alkmaarse pastoor Cornelis Cooltuin- ontwikkelde Jan zich tot een van de eerste hagepredikers.
Het nieuwe in de leer van Jan Arentsz was dat hij de zoon van God als middelpunt van de bijbel beschouwde.
In 1566 organiseerde hij in het open veld (tussen de hagen) bijeenkomsten waar de mensen van heinde en verre naar toe kwamen. Met de komst van Alva begonnen de godsdienstvervolgingen en moest Arentsz vluchten.
Jan Arentsz overleed op 28 augustus 1573, vlak voor de overwinning van de Alkmaarders op de Spanjaarden op 8 oktober van dat jaar: "In Alkmaar begint de Victorie!".
Abonneren op:
Posts (Atom)
